home > over ons > nieuws > Nauwe samenwerking om kindermishandeling te signaleren

Nauwe samenwerking om kindermishandeling te signaleren

Unieke samenwerking in de regio Zuidoost-Brabant

Kindermishandeling komt vaak voor. Naar schatting worden in ons land jaarlijks tussen de 107.000 en 170.000 kinderen slachtoffer van mishandeling. Elke week overlijdt er een kind in Nederland aan de gevolgen van kindermishandeling. Artsen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het signaleren van kindermishandeling. Huisartsen, kinderartsen en jeugdartsen uit de regio Zuidoost-Brabant hebben dan ook de handen ineen geslagen om samen afspraken te maken. Als eerste regio in Nederland zijn er transmurale afspraken gemaakt om kindermishandeling te signaleren en te voorkomen. De overheid verplicht zorgverleners een integrale meldcode op te stellen.

In de regio hebben de transmurale afspraken twee pijlers: signalering en samenwerking. Kinderarts Jacqueline van der Sluijs van Máxima Medisch Centrum weet dat het moeilijk is om kindermishandeling te signaleren.“ Je moet weten waar je naar moet kijken en hoe je dit moet bespreken met ouders. Signalen van kindermishandeling zijn vaak aspecifiek en dit maakt het lastig. Een kind dat zélf niet wordt mishandeld, maar wel getuige is van huiselijk geweld, lijdt hier ook ontzettend onder. Dus als bijvoorbeeld een moeder binnenkomt met verdachte blauwe plekken dan is het zaak om ook het kind te betrekken in het traject. Door middel van scholing kan je dit alles leren. Inmiddels zijn alle behandelaars hierin getraind. Nu zijn de doktersassistenten aan de beurt.”

Naast scholing zijn er ook screeningsvragen ontwikkeld die de arts of verpleegkundige (indirect) kan stellen als een kind op de huisartsenpost of op de spoedeisende hulp komt. Wordt een "niet pluis" gevoel door deze vragenlijst bevestigd, dan volgt een screening volgens het landelijke protocol van de KNMG. Huisarts Anke-Nel Vos uit Best: “De screeningsvragen vormen een goed handvat. Aan de hand van de uitkomsten wordt namelijk een beleidslijn uitgezet. Of er is geen verdenking meer en het kind wordt behandeld. Of er is wel een verdenking op kindermishandeling en dan wordt de eigen huisarts ingeschakeld wordt er behandeld. Er wordt altijd een coördinerend arts aangewezen die de vervolgbehandeling inzet.” Voordeel van deze manier van werken is dat er een vangnet ontstaat voor ouders en mishandelde kinderen die telkens naar een andere zorginstelling gaan. De eigen huisarts wordt altijd op de hoogte gesteld bij verdenking op kindermishandeling.

Volgens huisarts Vos kan het moeilijk zijn om het onderwerp kindermishandeling aan te snijden: “Als je een kind ziet en je hebt het vermoeden dan is dat het gouden moment om erover te beginnen. Als ouders in de praktijk zijn dan hebben ze een zorgvraag. Ze hebben het beste met hun kind voor, maar handelen uit onmacht. Dat willen we graag bespreekbaar maken en dan samen tot een oplossing komen. Wij kunnen het gesprek bijvoorbeeld ook samen aangaan met een kinderarts uit het ziekenhuis.” Ook kinderarts Van der Sluijs herkent dit: “Ouders zijn ook vaak blij dat je erover begint. Het is een opluchting dat het eindelijk bespreekbaar is en dat ze hulp krijgen. En voor ons is het goed dat we kunnen aankloppen bij huisartsen, collega’s of voor advies en ondersteuning bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, het AMK.” Beide artsen weten dat ouders vaak schrikken als het AMK om de hoek komt kijken. “Dat is niet nodig. Wij krijgen als hulpverlener een advies van het AMK. Maar dat betekent zeker niet dat er meteen actie wordt ondernomen door het AMK richting het gezin. De coördinerend arts doet de vervolgbehandeling.”

De regio Zuidoost-Brabant is de eerste in Nederland die transmurale afspraken heeft gemaakt over dit onderwerp en loopt hierin voorop. De overheid gaat instellingen en professionals in gezondheidszorg, maatschappelijke opvang, jeugdzorg, onderwijs en politie vanaf het voorjaar verplichten om een integrale meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te hanteren.

In de regionale werkgroep kindermishandeling zitten huisartsen uit de regio en kinderartsen van de vier ziekenhuizen in Zuidoost-Brabant (CZE, St. Anna, Elkerliek en MMC), jeugdartsen (GGD), een vertrouwensarts van het Advies – en Meldpunt Kindermishandeling en de coördinator Kindermishandeling van de gemeente Eindhoven.

Meer MMC websites: